Spelregels

Beknopte spelregels van badminton                                                                           DEVO ‘68

Spelsoorten

Badminton kent vijf spelsoorten: mannenenkelspel (MS), vrouwenenkelspel (WS), mannendubbelspel (MD), vrouwendubbelspel (WD), gemengddubbelspel (MXD).

Toss

Voordat een spel begint is er een loting (toss). Wie deze toss wint mag een keuze maken uit de volgende mogelijkheden:

  • eerst serveren of eerst de service ontvangen, of:
  • het spel beginnen aan de ene kant dan wel aan de andere kant.

De tegenpartij kiest uit de overgebleven mogelijkheden.

Als de winnaar van de toss er bijvoorbeeld voor kiest om eerst te serveren, dan is de verliezer van de toss de eerste ontvanger en kiest deze dus de kant van het veld waarop hij/zij begint. Bij de stand 0-0 en alle even punten, wordt geserveerd vanuit het rechter serveervak. Bij alle oneven punten wordt geserveerd vanuit het linker serveervak. Na iedere score vindt de service plaats vanuit het naastliggende serveervak.

Service

Algemeen

De service is heel belangrijk in badminton. Een service is goed als:

  • deze onderhands geslagen wordt (zie tekening);
  • deze diagonaal in het juiste speelvak wordt gespeeld (zie tekening);
  • de serveerder niet op of tegen de lijnen staat;
  • de serveerder met beide voeten op de grond staat,

Onderhands: Het racketblad moet naar beneden wijzen.

Service enkelspel

  • Iedere speler heeft één servicebeurt.
  • In één servicebeurt kunnen één of meer punten gescoord worden.
  • Als je een fout maakt, gaat de service naar de tegenstander en deze krijgt een punt.

Service dubbelspel

  • leder team heeft een servicebeurt.
  • Bij een even stand wordt vanuit het rechter vak geserveerd. Bij een oneven stand uit het linker.
  • ln één servicebeurt kunnen éen of meer punten gescoord worden door dezelfde speler.
  • Er wordt alleen van serveer vak gewisseld als je zelf (of je partner) een punt maakt.

                        ENKELSPEL                                                                 DUBBELSPEL

Telling

Er wordt gespeeld op basis van het rally-point systeem (elke punt is ook echt een punt).

Er wordt gewonnen bij 21 punten en met een verschil van minimaal 2 punten met een uitloop tot 30. Dus wie als eerste de 30 bereikt heeft de game gewonnen.

Je scoort een punt als …

  • je de shuttle in het speelveld van de tegenstander op de grond slaat;
  • de tegenstander de shuttle in het net, onder het net, tegen het plafond of zijmuren of buiten jouw speelveld slaat;
  • de tegenstander de shuttle slaat voordat deze over het net is;
  • de tegenstander de shuttle twee maal achter elkaar raakt.

Je krijgt een punt tegen als …

  • de shuttle binnen jouw speelveld op de grond valt;
  • de shuttle tijdens de service, buiten het juiste serveervak van je tegenstander valt;
  • je in het net slaat;
  • je de shuttle twee maal achter elkaar raakt.

Let

Een let betekent dat de rally opnieuw moet worden gespeeld als gevolg van een onvoorziene gebeurtenis (bijvoorbeeld

als de shuttle van anderen in jouw veld valt)

44